Hoofdpijndossier spreidingswet

Op 28 maart jl. diende staatssecretaris Eric van der Burg van Justitie en Veiligheid het wetsvoorstel in voor de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’, beter bekend als de Spreidingswet. Het wetsvoorstel moet ervoor zorgen dat de opvangproblemen in de asielketen het hoofd geboden wordt, en dat taferelen zoals in Ter Apel afgelopen zomer – waarbij asielzoekers buiten in het gras moeten slapen – tot het verleden behoren. Het kabinet kreeg echter veel kritiek te verduren op het wetsvoorstel—van de Raad van State, maar ook van de VNG en het COA. Wat houdt de spreidingswet precies in, en waarom is er zoveel kritiek?

Stabiele opvangcapaciteit

Op dit moment is het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) voor opvangcapaciteit afhankelijk van de medewerking van gemeenten. Op die manier krijgt het COA momenteel echter niet genoeg reguliere opvangplekken bij elkaar om alle asielzoekers in Nederland onder te kunnen brengen, zo blijkt ook uit het ‘gesleep’ met asielzoekers van locatie naar locatie. Een significant deel van de asielzoekers in Nederland is ondergebracht in crisis- en noodopvanglocaties, waar de voorzieningen lang niet altijd op orde zijn. Met de spreidingswet wil het kabinet daar verandering in brengen.

Daarvoor hanteert het zowel een wortel als een stok. Gemeenten krijgen straks een taakstelling voor de opvang van asielzoekers, net zoals ze die nu al hebben voor statushouders (vluchtelingen die al een verblijfsvergunning hebben gekregen). Daarmee worden asielzoekers via objectieve criteria verspreid over Nederland opgevangen. De wortel is een financiële beloning als gemeenten zich vrijwillig inspannen om de gevraagde opvangplekken – of zelfs meer – te realiseren. De stok is dat het Rijk uiteindelijke opvangplaatsen kan afdwingen als gemeenten tekortschieten. Gemeenten krijgen overigens wel de vrijheid om binnen de provinciegrenzen ‘deals’ te sluiten met andere gemeenten. Zo zou de ene gemeente ervoor kunnen kiezen een groot azc te faciliteren en wat meer asielzoekers op te vangen, terwijl een buurgemeente in ruil daarvoor huisvesting voor meer statushouders regelt.

Hoofdpijndossier

De spreidingswet is inmiddels een langlopend dossier en heeft staatssecretaris Van der Burg ongetwijfeld meerdere slapeloze nachten bezorgd. Na de chaos in Ter Apel in de zomer van 2022 hoopte hij met de spreidingswet genoeg opvangplekken te kunnen garanderen om te voorkomen dat de asielketen in 2023 weer vast zou lopen. De wet zou dan op 1 januari 2023 in moeten gaan. Uiteindelijk werd begin november de wet voorgelegd aan de Raad van State. Die had tot februari nodig om tot zijn advies te komen. De RvS concludeerde dat de wet complex en moeilijk uitvoerbaar is, en adviseerde het kabinet om het wetsvoorstel aan te passen, alvorens het naar het parlement te sturen. De VNG en het COA sloten zich grotendeels aan bij de kritiek van de RvS.

Van der Burg deed uiteindelijk niets met de kritiek en legde vorige week een ongewijzigde spreidingswet voor aan de Tweede Kamer. Dat lijkt vooral te zijn ingegeven door een politieke afweging; met al te veel aanpassingen zou de steun van Van der Burgs eigen partij – de VVD – in de Tweede Kamer voor het wetsvoorstel mogelijk niet zeker zijn. Met een verzoek om spoedbehandeling hoopt de staatssecretaris zijn spreidingswet nu vlot door de Tweede Kamer te krijgen, waarna de Eerste Kamer – na de recente Provinciale Statenverkiezingen – een groter obstakel zal zijn. Het kabinet heeft 1 januari 2024 nu als doel gesteld voor inwerkingtreding van de wet. Dat is maar liefst een jaar na de eerdere streefdatum, en zodoende wordt het ook deze zomer ongetwijfeld onrustig in Ter Apel.

 

Jelle Baartmans, april 2023

Jelle Baartmans

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Schinkelshoek & Verhoog
  • Smidswater 27
  • 2514 BW Den Haag
  • (070) 820 91 00